Skip to main content

We krijgen heel wat vragen binnen van modehandelaars die een controleur van de Economische Inspectie over de vloer kregen. Hierbij kregen een aantal leden een boete omdat ze een structurele korting geven aan klanten aan de kassa. Maar hoe zit dat nu in elkaar?

Mag je als modehandelaar een korting geven aan je klanten aan de kassa?

Dat hangt af van het feit of je die korting al dan niet structureel toepast.

Als je het hele jaar door structureel een korting (van bijvoorbeeld 5%) toe past bij al je klanten aan de kassa en je verwijst daarbij naar de oorspronkelijke verkoopprijs, dan kan dat niet.

Sinds de invoering van de Europese Omnibus-regels en de toepassing daarvan door de FOD Economie geldt dat een aangekondigde prijsvermindering steeds moet worden berekend op basis van de referentieprijs. Deze referentieprijs is de laagste prijs waartegen het goed werd aangeboden gedurende de 30 dagen voorafgaand aan de start van de prijsvermindering. Wanneer een artikel dus gedurende een langere periode systematisch aan 95 euro wordt verkocht, wordt die prijs na verloop van tijd beschouwd als de feitelijke normale prijs en kan men niet blijven communiceren alsof er nog steeds een prijsvoordeel bestaat ten opzichte van 100 euro.

De interpretatie van de FOD Economie dat men na verloop van tijd de referentieprijs moet herzien, is daarom correct. Indien het artikel gedurende de afgelopen 30 dagen effectief aan 95 euro werd aangeboden, dan wordt 95 euro de referentieprijs en moet een verdere korting daarop worden berekend. Met andere woorden: men kan niet onbeperkt blijven adverteren (of meegeven aan de kassa) met “-5%” op een prijs van 100 euro wanneer de consument in de praktijk al lange tijd 95 euro betaalt.

De FOD Economie beoordeelt de periode van 30 dagen vanuit het principe dat de consument niet misleid mag worden door een korting die in werkelijkheid geen tijdelijk voordeel meer is, maar een permanent toegepaste prijs is geworden (de structurele korting die je aan de kassa geeft dus). Indien een korting te lang zonder onderbreking wordt aangehouden, kan dit beschouwd worden als een oneerlijke handelspraktijk omdat de zogenaamde kortingsprijs dan eigenlijk de normale verkoopprijs is geworden.

Wat betreft de bewijsvoering is het belangrijk dat je als handelaar kan aantonen welke prijzen effectief werden toegepast. Dit kan bijvoorbeeld door het bewaren van kassatickets, kassajournalen, prijshistorieken uit het kassasysteem of voorraadbeheersysteem, facturen, interne prijslijsten en documentatie van prijscommunicatie zoals affiches, folders, nieuwsbrieven of screenshots van webshopprijzen. De FOD verwacht daarbij dat men per verkooppunt en per verkoopkanaal kan aantonen welke prijs werkelijk werd gehanteerd in de betrokken periode.

Daarnaast is het nuttig om het onderscheid te maken tussen een aangekondigde prijsvermindering en een persoonlijke korting.

De FOD Economie aanvaardt dat handelaars klanten een reële gepersonaliseerde korting kunnen aanbieden via loyaliteitsprogramma’s of individuele kortingsbonnen. Wanneer er geen publieke aankondiging gebeurt van een prijsvermindering, hoeft er geen referentieprijs te worden vermeld. Voorbeelden hiervan zijn een kortingsbon die de klant pas ontvangt bij aankoop en later kan gebruiken, een verjaardagkorting of een puntensysteem waarbij klanten sparen voor een toekomstige korting.

Dit soort systemen mag echter niet worden gebruikt om de regels rond aangekondigde prijsverminderingen te omzeilen. Indien een zogenaamde “persoonlijke korting” in werkelijkheid aan iedereen wordt aangeboden (de structurele korting aan de kassa) of publiek wordt aangekondigd, bijvoorbeeld via een zichtbare banner op de webshop met “20% korting met code”, via kortingsacties die quasi voor iedereen toegankelijk zijn door eenvoudig een klantenkaart te nemen, of via kortingsbonnen die breed verspreid worden in folders of kranten, dan beschouwt de FOD dit wel degelijk als een aankondiging van prijsvermindering en zijn de regels inzake referentieprijs opnieuw van toepassing.

Tot slot: voorwaardelijke of gezamenlijke aanbiedingen, zoals “tweede artikel aan 10%” of vergelijkbare acties, worden doorgaans niet worden beschouwd als een klassieke aankondiging van prijsvermindering in de zin van de referentieprijsregels. Uiteraard blijft ook daar het algemene verbod op misleidende handelspraktijken gelden, waardoor de consument steeds correct geïnformeerd moet worden over de prijs, de berekeningswijze ervan en het werkelijke voordeel.

Samengevat is het standpunt van de FOD Economie dus correct dat men bij langdurige kortingen de referentieprijs moet herbekijken en dat men niet permanent kan blijven verwijzen naar een hogere “vroegere prijs” wanneer de kortingsprijs in werkelijkheid de normale verkoopprijs geworden is.

Om discussies bij controles te vermijden is het aangewezen dat prijszettingen en promotieperiodes duidelijk worden afgebakend en dat een sluitend systeem wordt voorzien om prijshistoriek en toegepaste prijzen aantoonbaar bij te houden.

Heb je bijkomende vragen? Laat het ons weten via info@modeunie.be!